Auteur: Ype Brada

Zelfredzaamheid, te belangrijk om er alleen voor te staan

De Krachtenwijzer: samenwerken aan samenredzaamheid.

Het bevorderen van zelfredzaamheid is een centraal uitgangspunt bij de transitie en transformatie in het sociaal domein. Zelfredzaamheid gaat over jezelf kunnen redden in het dagelijks leven. We kunnen daarvoor niet zonder de hulp van ons sociaal netwerk (familie, buren, vrienden, collega’s, leraren, etc.). Daarom spreken we hier over samenredzaamheid. Het bevorderen van samenredzaamheid is aan de orde wanneer de behoefte aan hulp groter is dan de beschikbare mogelijkheden van het eigen netwerk. Voor passende professionele hulp is inzicht nodig in de behoeften (willen) en krachten (kunnen) van een persoon en/of gezin en het sociaal netwerk. In dit artikel wordt beschreven wat daarbij de uitdagingen zijn en hoe de Krachtenwijzer daaraan kan bijdragen.

Samenredzaamheid.jpg

Samenredzaamheid, een gezamenlijke uitdaging

Eind 2020 verscheen het rapport ‘Sociaal domein op koers?’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over de voortgang van de transitie en transformatie in het sociaal domein. Het rapport beschrijft de verschillen tussen de verwachtingen van het Rijk en wat de ervaringen zijn in de praktijk. Een van de verwachtingen was dat kwetsbare burgers meer zelf zouden gaan doen en meer voor elkaar zouden gaan zorgen wanneer ze daar vanuit de gemeente in gestimuleerd werden. Uit het rapport blijkt dat dit in de praktijk niet het geval is. Dat geldt daarmee ook voor de verwachting dat er minder professionele hulp nodig zou zijn en de kosten van de zorg zouden dalen.

'Probeert u het eerst nog even zelf’

Welke risico’s een te optimistische koers op zelfredzaamheid met zich meeneemt, wordt op schrijnende wijze geïllustreerd in het NRC-artikel uit 2015 met de titel ‘Probeert u het eerst nog even zelf’. Hierin wordt een gezin met vijf kinderen beschreven dat met een beslag op het inkomen ver onder het bestaansminimum moet leven. Waar de hygiënische omstandigheden, met o.a. in ontbinding verkerende konijnen in de voorraadkast, zeer slecht zijn. Waar sprake is van verwaarlozing van de kinderen. Een onhoudbare situatie, die desondanks lange tijd kon blijven voortbestaan. Bij de betrokken instanties bestond er verschil van mening over de behoeften en krachten van het gezin. Bepalend was de visie dat het gezin met een beperkte ondersteuning binnen afzienbare tijd weer zelfstandig verder zou kunnen. Dat bleek niet het geval. Het NRC-artikel verscheen naar aanleiding van de dood van de oudste zoon uit dit gezin, als gevolg van een verwaarloosde infectie. Bij de ouders was sprake van een licht verstandelijke beperking en van een overschatting van de eigen mogelijkheden in het voeren van een huishouding en het opvoeden van kinderen. Bij een aantal betrokken instanties was er een sterke overschatting van de leerbaarheid van de ouders.

Maatwerk

Het bevorderen van samenredzaamheid vereist maatwerk op basis van behoeften en krachten van een persoon en/of gezin en het netwerk.

Casus Merel
De ouders van de vijftienjarige Merel bij wie kortgeleden een autismespectrumstoornis (ASS) is vastgesteld, lopen vast in de opvoeding. Vooral haar slechte eetpatroon maakt dat ouders zich veel zorgen maken over haar gezondheid. Een behandelaar stelt vast dat de ouders Merel overvragen door het sterke emotionele beroep op het verbeteren van haar eetpatroon. Ouders geven aan dat zij uiteenlopende adviezen krijgen uit het eigen netwerk, maar nu behoefte hebben aan deskundig advies in het omgaan met de ASS van hun dochter.

Casus Dennis
De dertienjarige Dennis moet opnieuw door zijn ouders uit het politiebureau opgehaald worden. Na eerdere overtredingen van winkeldiefstal en geweld tegen voorbijgangers op straat, is er nu sprake van seksueel grensoverschrijdend gedrag. De ouders van Dennis doen het gedrag af als kattenkwaad en vinden het optreden van de politie en de reacties vanuit de omgeving overdreven. De sociaal werker maakt zich zorgen over de verdere ontwikkeling van Dennis. Hij heeft sterke twijfels of de maatregelen vanuit politie en justitie enig effect zullen hebben bij Dennis met de huidige opstelling van zijn ouders.

Onder- en overvraging

Zonder maatwerk op basis van behoeften en krachten van een persoon en/of gezin en het netwerk is er een groot risico op onder- of overvraging. Er is een risico op ondervraging wanneer de nadruk ligt op beperkingen en de mogelijkheden niet of onvoldoende benut worden. Er is een risico op overvraging wanneer de nadruk wordt gelegd op de individuele verantwoordelijkheid van mensen zonder daarbij rekening te houden met persoonlijke capaciteiten en die van het netwerk. In geval van structurele overvraging kunnen problemen escaleren waardoor zwaardere hulp ingezet moet worden. Bij structurele ondervraging wordt geen of onvoldoende gebruik gemaakt van de eigen en/of netwerkkracht waardoor de afhankelijkheid van de hulpverlening groter is dan nodig. In beide gevallen zal er daardoor ook sprake zijn van onnodig hogere zorgkosten. Bovenal worden mensen door onder- of overvraging tekort gedaan. Zoals bij Ineke en Barry, waarbij de situatie van overvraging omsloeg naar ondervraging:

Casus Ineke:
Ineke heeft ingestemd met de uithuisplaatsing van haar vijf kinderen. Ineke heeft een manisch-depressieve stoornis en een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Met de uithuisplaatsing is alle zorg voor de kinderen uit handen genomen. Ineke zegt veel verdriet te hebben dat haar geen enkele rol gegeven wordt in de opvoeding en de activiteiten van de kinderen.

Casus Barry:
Barry is 19 jaar. Hij heeft geen werk. Zijn vlotte babbel maakt dat hij makkelijk aan werk komt maar hij houdt dit nooit lang. Barry heeft moeite om in zijn dagelijkse leven structuur aan te brengen en overzicht te houden. Hij kwam vaak niet op tijd op het werk en rondde zijn werkzaamheden niet af. Door zijn werkgevers werd hij beschouwd als ongemotiveerd. Het bureau dat eerder heeft bemiddeld bij het vinden van werk, is gestopt omdat naar hun idee Barry niet wil werken. Barry zegt zijn huidige leven zo wel goed te vinden. Een leven dat zich nu vooral ’s nachts afspeelt en waarin hij intensief blowend optrekt met vrienden die in dezelfde situatie verkeren.

Handvatten voor maatwerk

De Krachtenwijzer is een instrument en werkwijze waarmee de actuele samenredzaamheid aan de hand van de behoeften en krachten van een persoon en/of gezin en het netwerk in kaart wordt gebracht. Op basis hiervan is maatwerk mogelijk voor passende hulp in het bevorderen van samenredzaamheid. Zoals bij het gezin van Charity:

Casus Charity:
Charity is een alleenstaande moeder met vier kinderen van drie verschillende vaders. Ze heeft door toedoen van haar laatste partner, forse schulden. Om deze te kunnen betalen heeft ze verschillende baantjes en is ze lange dagen van huis. Haar moeder is jong overleden. Charity wordt vanaf de geboorte van haar eerste kind ondersteund door haar oma bij het runnen van de huishouding en de opvoeding van de kinderen. De omgeving maakt zich de laatste tijd zorgen over de gezondheid van de 86-jarige oma voor wie de dagelijkse belasting teveel lijkt. Een buurvrouw ontfermt zich met regelmaat over de kinderen wanneer ze nog laat op straat zijn. Tot nu is er in het gezin van Charity geen hulpverlening betrokken geweest. De sociaal werker van het ingeschakelde wijkteam staat aan de hand van de Krachtenwijzer stil bij alle onderdelen van het dagelijks leven. Samen met Charity en haar oma kijkt ze naar de mate waarin voorzien wordt in de behoeften van de gezinsleden en wie daarbij wat doet. Om oma te ontlasten wordt gekeken naar de mogelijkheden van Charity, van haar kinderen en die van het netwerk van het gezin. Omdat het organiseren daarvan nog onzeker is en naar verwachting enige tijd zal kosten, wordt afgesproken om op korte termijn professionele ondersteuning in te zetten. In verband met de grote impact van de schuldenlast op het dagelijks leven, wordt met Charity een afspraak gemaakt voor overleg met de gemeentelijke schuldhulpverlening.

Domeinen van het dagelijks leven

Voor het screenen van de samenredzaamheid, maakt de Krachtenwijzer gebruik van de levensdomeinen van de Zelfredzaamheid-Matrix© (ZRM). Het gaat hierbij om domeinen die belangrijk zijn in ons dagelijks leven, zoals huisvesting, werk, opleiding, tijdsbesteding, lichamelijke en geestelijke gezondheid en maatschappelijke participatie. Per domein kan aan de hand van de ZRM-criteria de mate van samenredzaamheid bepaald worden. De Krachtenwijzer is inzetbaar voor een individueel persoon (kind, jongere of volwassene) en/of voor een meerpersoonshuishouden/gezin. Voor de inzet bij een gezin zijn, naast de specifieke domeinen voor het meerpersoonshuishouden, ook de domeinen van het supplement ‘Kind(eren) in een gezin’ (o.a. lichamelijke verzorging en emotionele ondersteuning) van toepassing.

Behoeften en krachten in samenredzaamheid

De Krachtenwijzer is ontwikkeld op basis van de visie dat samenredzaamheid wordt bepaald door de balans tussen behoeften (willen) en krachten (kunnen), zowel van een persoon als het eigen netwerk. We geven deze dynamische balans tussen willen en kunnen en tussen persoon en omgeving weer met behulp van het interactiemodel van samenredzaamheid.

Interactiemodel samenredzaamheid

De linkerkant van het model staat voor de behoeften en gaat over wat iemand zelf en wat zijn omgeving wil. Onder andere in wensen, verlangens, afspraken, normen (bijv. ZRM-criteria) rond o.a. werk, opleiding en het opvoeden van kinderen. De rechterkant staat voor de krachten. Dit gaat over wat iemand zelf en wat zijn omgeving (aan)kan.

Interactiemodel samenredzaamheid.jpg

Het (aan)kunnen wordt zowel bepaald door mogelijkheden als belemmeringen. Zoals bij Yilmaz:

De docenten zijn het erover eens dat Yilmaz meer dan voldoende leercapaciteit heeft voor de opleiding maar zien hem vanwege zijn faalangst steeds weer stranden tijdens tentamens.

Met de Krachtenwijzer wordt de interactie tussen willen en kunnen op de levensdomeinen van een persoon en het netwerk in beeld gebracht. Bij de situatie van Ruark is daar een sterke behoefte toe:

De 16-jarige Ruark en zijn ouders maken zich zeer druk over het doorstromen naar de gewenste vervolgopleiding. De cijfers van Ruark zijn in de loop van het jaar echter verder gedaald en zitten nu onder het toelatingsniveau van de vervolgopleiding. Het alledaagse leven van alle gezinsleden wordt sterk beïnvloed door de stress hierover. Vooral door de voortdurend geuite twijfel door de ouders of Ruark wel zijn uiterste best doet.

Aan de hand van inzicht in de interactie tussen willen en kunnen van persoon en netwerk, is vervolgens de vraag waar het meeste perspectief is voor het bevorderen van samenredzaamheid. Is dat in het bijstellen van wat iemand en/of zijn omgeving wil. Bijvoorbeeld omdat de lat te hoog wordt gelegd in relatie tot de mogelijkheden. Of meer in het versterken van wat iemand en/of zijn omgeving kan. Bijvoorbeeld door het introduceren van handige hulpmiddelen. Of is dat in de combinatie van beide. De Krachtenwijzer is ontwikkeld voor het voeren van de dialoog hierover tussen hulpvrager(s) en professional(s). Zoals in het gesprek tussen Ruark en zijn schoolcoach:

In een gesprek van Ruark met zijn schoolcoach komen aan de hand van Krachtenwijzer een aantal zaken aan het licht die achtergrond geven aan zijn dalende schoolprestaties. Ruark geeft op het domein ‘huiselijke relaties’ aan, een enorme druk vanuit zijn ouders te ervaren. Ouders benoemen thuis voortdurend dat zij zelf nooit de kansen hebben gehad die Ruark nu wel heeft. Deze druk belemmerd hem om op het domein ‘tijdsbesteding’ een andere invulling te geven dan alleen studeren. Aan plezierige activiteiten komt hij hierdoor niet meer toe. Dat komt ook naar voren op het domein ‘maatschappelijke participatie’. Ruark is al maanden niet naar zijn favoriete sportclub geweest. Op het domein ‘sociaal netwerk’ benoemt Ruark het gemis aan contact met zijn vrienden. Dat Ruark op het domein ‘geestelijke gezondheid’ somberheidsklachten aangeeft, was al met al niet meer verrassend voor zijn coach. Een van de besproken mogelijkheden richting verbetering is het gebruik maken van studiebegeleiding. De studietijd zou hierdoor beter kunnen worden afgebakend zodat Ruark tijd overhoudt voor andere zaken.

Verschil maken met passende hulp

Voor passende hulp bij het bevorderen van samenredzaamheid, zijn er verschillende uitdagingen. We staan bij een aantal belangrijke ervan stil.

De combinatie van individuele en contextuele factoren

Individuele en contextuele factoren (bijv. een licht verstandelijke beperking, ADHD, laag inkomen) zijn afzonderlijk geen directe indicatoren voor de behoefte aan professionele hulp. Bepalend is de combinatie van individuele en contextuele factoren. Het verhaal van Erik is een mooi voorbeeld van de impact van verschillende combinaties en daarmee van verschillen in hulpbehoefte:

Erik is 24 jaar. Hij woont zelfstandig samen met een vriendin. Erik heeft een licht verstandelijke beperking. Aan het begin van zijn middelbare schoolcarrière werd hij veelvuldig gewezen op zijn beperkingen en dat het onwaarschijnlijk was dat hij door zou stromen naar regulier werk. Erik had andere verwachtingen van zichzelf maar kreeg meer en meer een laag zelfbeeld. Vanaf het moment dat hij een leerkracht kreeg die oog had voor zijn beperkingen maar vooral voor zijn grote doorzettingsvermogen, veranderde Eriks perspectief volledig. Met begeleiding op maat en hard werken van Erik, is hij een zeer gewaardeerd medewerker geworden in een metaalbedrijf en inmiddels opgeklommen tot gediplomeerd lasser.

Laura Batstra geeft in ‘de Pedagoog’ (nr.3-2020, p.12, 13) m.b.t. de classificatie ADHD een krachtig statement over het belang om, voordat er een oordeel bepaald wordt over een individu, naar de context te kijken:

Nog steeds wordt vanuit de medisch-psychiatrische hoek geadviseerd om kinderen met een classificatie ADHD te vertellen dat ze een hersenziekte hebben (Hoogman et al., 2017). Dit maakt kinderen tot probleemeigenaar en onderbelicht contextuele factoren als armoede, overbelaste en onderbetaalde leerkrachten, (v)echtscheidingen, problematische verwenning, verwaarlozing, etc.’


Het niet of onvoldoende oog hebben voor contextuele factoren is aanwezig bij alle vormen van labeling. Dat geldt ook bij de veel gebruikte term van ‘kwetsbare personen’. Dit kan afleiden van het gegeven dat er misschien vooral sprake is van kwetsbare omstandigheden als bepalende factor. Omstandigheden waarin de eigen kracht niet of onvoldoende wordt ondersteund of zelfs tegengewerkt. De toeslagenaffaire is hier een voorbeeld van, Mensen werden hierin, door gebrandmerkt te worden als fraudeur en met schulden overladen, maatschappelijk buitenspel gezet.

Prioriteren bij meervoudige problematiek

Hulpverlening start vaak op basis van een enkelvoudig probleem. Gaandeweg kan het vastlopen in een kluwen van problemen. Allereerst is het, zoals hiervoor beschreven, van belang dat zowel individuele als contextuele factoren in beeld zijn. Aan de hand daarvan moet gekeken worden naar de meest beïnvloedende factoren. Bij Daniëlle kwamen deze pas in beeld toen de hulp al was gestart:

Daniëlle, een meisje van 11 jaar, is aangemeld voor therapie vanwege gedragsproblemen. Meer dan de aard en frequentie van de gedragsproblemen is bij de therapeut niet bekend. De therapie is gericht op Daniëlle leren omgaan met haar agressie. Tijdens de therapie vormt zich bij de therapeut meer en meer een beeld van de situatie bij Daniëlle thuis. Onder andere van de gewelddadige relatie tussen de ouders, het drankgebruik van vader en de sterke onvoorspelbaarheid van de moeder in de relatie met Daniëlle. Door de therapeut wordt ernstig getwijfeld over het nut van de huidige therapie in deze onveilige thuissituatie. De therapeut organiseert voor nadere beeldvorming een gesprek met de ouders voor het samenstellen van een Krachtenwijzer voor gezin met het supplement ‘Kind(eren) in een gezin’.

Zo gewoon als mogelijk en speciaal waar dat écht nodig is

Mogelijkheden en belemmeringen in het alledaagse leven zijn bepalende factoren voor de kwaliteit van leven. Dit vormt een belangrijk vertrekpunt voor passende hulp. Om zo goed mogelijk aan te sluiten op het alledaagse leven is passende hulp daarom zo gewoon als mogelijk en speciaal waar dat écht nodig is. Zoals in de ontwikkeling van de eerder beschreven situatie van Merel en haar ouders :

De ouders van de vijftienjarige Merel liepen vast in de relatie met hun dochter. Daarbij vormde het eetpatroon van Merel een continu punt van strijd. Na psycho-educatie hadden de ouders meer inzicht in de betekenis van de ASS problematiek in het dagelijks leven van hun dochter. Door de verandering in hun opstelling naar Merel, ervaren alle gezinsleden een duidelijke afname van de spanningen. Het eetpatroon van hun dochter is verbeterd al is het gewenste niveau nog niet bereikt. De eerdere plannen voor gespecialiseerde behandeling in een externe setting zijn met de positieve ontwikkelingen voorlopig uitgesteld.

Toetsen van passende hulp

Voor passende hulp moet gekeken worden naar (mogelijke) oorzaken (bijv. de handelingsverlegenheid in het omgaan met ASS) en wat er nodig is (bijv. psycho-educatie) om deze weg te nemen of de effecten ervan te verminderen. De uitgangspunten over oorzaken en welke hulp er nodig is, moeten met regelmaat getoetst worden aan de hand van de vraag, in welke mate de ingezette hulp bijdraagt aan verbetering van de samenredzaamheid in het alledaagse leven. De uitkomst van toetsing kan aanleiding zijn om de eerdere aannames over oorzaken en wat passende hulp is, bij te stellen. Dat geldt ook voor aannames over de duur van de hulp.

Integrale sturing

In het eerder aangehaalde NRC-artikel ‘Probeert u het eerst nog even zelf’ krijgt de lezer een totaaloverzicht van de problematische situatie van een gezin. Het volledige verhaal dat samenhing met de dood van de zoon uit dit gezin, is door de journalist samengesteld nadat het drama had plaatsgevonden. Op basis hiervan is bij de lezers de verbazing en het onbegrip groot waarom niet meteen de juiste hulp is ingezet door de betrokken instanties. Een reden daarvoor is vaak het ontbreken van een totaaloverzicht bij de betrokken organisaties door versnipperde informatie en het ontbreken van integrale sturing. Voor passende hulp bij meervoudige problematiek is overzicht nodig op alle belangrijke domeinen van het dagelijks leven en zicht op de voortgang zodat tijdige en integrale sturing mogelijk is.

Inzet sociaal netwerk als krachtigste hulpbron

De betrokkenheid van het sociaal netwerk is de krachtigste hulpbron voor ons functioneren in het dagelijks leven en één van de meest bepalende factoren voor de kwaliteit van leven. De opdracht bij passende hulp is dan ook kennis vergaren over het sociaal netwerk, de mate van betrokkenheid en het maximaal investeren in het versterken ervan.

Passende hulp met de Krachtenwijzer

De Krachtenwijzer is ontwikkeld op basis van de beschreven uitdagingen bij het bieden van passende hulp. Om te beginnen door met de Krachtenwijzer te kunnen screenen op zowel de individuele als contextuele behoeften en krachten als bepalende factoren voor samenredzaamheid. Vervolgens het aan de hand daarvan vastleggen van prioriteiten. Door het screenen op de levensdomeinen wordt het alledaagse leven inzichtelijk als input voor hulp die bij voorkeur zo gewoon als mogelijk is. Een frequente screening met behulp van de Krachtenwijzer toont de voortgang van samenredzaamheid en is daarmee tevens een toetsingsinstrument of de ingezette hulp voldoende passend is. Integrale sturing wordt mogelijk gemaakt vanuit één overzicht op de belangrijke levensdomeinen. Last but not least geeft de Krachtenwijzer inzicht van de inzet van het sociaal netwerk als belangrijkste hulpbron in het ondersteunen van het dagelijks functioneren. De Krachtenwijzer is met deze mogelijkheden bij uitstek het instrument voor het samenwerken aan samenredzaamheid.

Gebruik van de Krachtenwijzer

Het gebruik van de Krachtenwijzer vindt plaats in een dialoog tussen professional(s) en degene(n) door of voor wie en beroep wordt gedaan op professionele hulp. De eerste stap in het gebruik is de keuze voor afname bij een persoon (kind, jongere, volwassene) en/of een meerpersoonshuishouden/gezin. Op basis hiervan worden de relevante domeinen van de Zelfredzaamheid-Matrix© geselecteerd. Als er voor de afname bij een gezin sprake is van de opvoeding van kind(eren) worden ook de domeinen uit het ZRM-supplement ‘Kinder(en) in een gezin’ geselecteerd.

Degene die de Krachtenwijzer afneemt, bespreekt met de hulpvrager(s) de mate van samenredzaamheid op de verschillende domeinen (bijv. maatschappelijke participatie en emotionele ondersteuning van kinderen). Per domein komt men samen tot een oordeel. Dat oordeel varieert van score 1: ‘Er is direct hulp nodig’ tot en met score 5: ‘Dit gaat heel goed’ (zie fig. 2). Voor het gesprek hierover, zijn ondersteunende vragen beschikbaar en/of de criteria van de Zelfredzaamheid-Matrix©.

Huidige situatie.jpg
Verdeel krachten_g.jpg

Aan de hand van de score op een domein, worden voor dat domein de mogelijkheden en beperkingen beschreven van zowel de eigen kracht als die van het netwerk en de eventuele inzet van professionele hulpverlening. Het aandeel eigen kracht, die van het netwerk en professionele hulp, wordt verdeeld in percentages waarna in één oogopslag zichtbaar is in welke mate deze afzonderlijke krachten het niveau van samenredzaamheid op dat domein bepalen.

Na het scoren is in één overzicht zichtbaar wat de samenredzaamheid is op de domeinen en wat daarbij de verhouding is van eigen kracht, netwerk en hulpverlening

Er is een mogelijkheid om in het totaaloverzicht één of meer domeinen als prioriteit(en) te oormerken d.m.v. het aanvinken van ‘Markeer als aandachtspunt’. In gesprek tussen de betrokkenen kunnen met de Krachtenwijzer concrete afspraken worden gemaakt en vastgelegd over het werken aan verandering. Door met regelmaat de Krachtenwijzer af te nemen, wordt de voortgang in samenredzaamheid vastgesteld. Op basis hiervan kunnen betrokkenen, waar nodig de verwachtingen en activiteiten bijstellen, bijv. het op- of afschalen van de professionele hulp.

De Krachtenwijzer is zowel in een online als in een bordversie beschikbaar. De online toepassing biedt naast de genoemde functies ook de mogelijkheid tot het inzetten van digitale (zelf-)hulpmiddelen en de mogelijkheid tot online afstemming en samenwerking bij integrale hulpverlening. Met deze mogelijkheden kan ook in de uitvoering een bijdrage worden geleverd aan het bevorderen van samenredzaamheid.

Krachtenverdeling domeinen-g.jpg