Welke domeinen heeft de Krachtenwijzer?

Samenredzaamheid in beeld

De Krachtenwijzer is samengesteld op basis van de levensdomeinen van de Zelfredzaamheid-Matrix© (ZRM). Per domein zijn vragen beschikbaar. Deze zijn er op gericht om inzicht te krijgen in de samenredzaamheid. De vragen zijn op hoofdlijnen. Tijdens het gesprek kan er aanleiding zijn om hierop door te vragen. Er kan ook gebruik gemaakt worden van de scoringscriteria van de ZRM.

Er zijn twee varianten binnen de Krachtenwijzer. De beide varianten kunnen ook in combinatie met elkaar worden gebruikt.

Kind, jongere en volwassene
Voor het vaststellen van krachten en hulpbehoefte in het dagelijks leven van een individu.

Meerpersoonshuishouden of gezin
Voor het vaststellen van krachten en hulpbehoefte in het dagelijks leven van een meerpersoonshuishouden of gezin.

Domeinen van het dagelijks leven van een meerpersoonshuishouden of gezin

  1. Financiën op huishoudniveau (geld hebben om van te leven)
    -Is er voldoende geld voor het huishouden (woonlasten, eten, drinken, kleding, verzorging, vervoer, telefoon, internet, etc.)?
    -Is er een financiële reserve voor onverwachte uitgaven? Zijn er schulden en zo ja, worden die opgelost?
  2. Huisvesting (woonruimte hebben)
    -Is de woning blijvend en voor iedereen geschikt?
    -Staat de woning in een plezierige en veilige buurt?
  3. Organisatie van huishouden (huishoudelijke taken doen)
    -Helpen alle (gezins-)leden mee in het huishouden, o.a. boodschappen doen, zorgen voor gezonde voeding, opruimen, schoonmaken, klussen en administratie?
    -Wordt het goed uitgevoerd?
  4. Relaties in huis (met elkaar samenleven in één huis)
    -Hoe is het contact tussen de (gezins-)leden?
    -Is er steun voor elkaar?
    -Als er onderlinge problemen zijn, worden die op een goede manier opgelost?
    -Voelt iedereen zich veilig, begrepen en gewaardeerd?
  5. Sociale omgeving (contacten hebben buitenshuis)
    -Hoe is het contact met de directe omgeving (buurt, familie, werk, enz.)?
    -Kan er een beroep op anderen worden gedaan als er hulp nodig is?
    -Wordt er zelf ook hulp geboden aan anderen?
  6. Zorg- en dienstverlening* (gebruik maken van professionele ondersteuning) (geen ZRM-domein)
    -Maak je gebruik van professionele ondersteuning? Zo ja, welke?
    -Sluit dit aan bij je behoeften en wensen?
    -Is er voldoende afstemming met jou?
    -Wordt er, indien van toepassing, goed samengewerkt tussen organisaties?

*Als het Supplement – ‘Kind(eren) in gezin’ van toepassing is, wordt dit domein daarna besproken.

Supplement - Kind(eren) in gezin

  1. Gezinsstructuur (rollen van opvoeder(s) en kind(eren))
    -Is er een goede verdeling van de rollen, verantwoordelijkheden en activiteiten van de opvoeder(s) en die van de kinderen?
    -Ondersteunen de opvoeders (ook die buiten het gezin) elkaar in de opvoeding?
  2. Lichamelijke verzorging (zorg voor hygiëne, uiterlijk, gezondheid en veiligheid)
    -Is de leefomgeving veilig voor het kind?
    -Is er een goede lichamelijke basiszorg, kleding, een gezonde leefstijl met (kennis van) gezonde voeding, medische zorg, voldoende beweging en nachtrust?
  3. Emotionele ondersteuning (zorg voor geborgenheid, veiligheid en zelfvertrouwen)
    -Is er voldoende ondersteuning voor het kind, passend bij zijn of haar leeftijd en ontwikkeling (o.a. in aandacht geven, stimuleren en grenzen stellen)?
    -Zijn er zorgen over de ontwikkeling van het kind?
    -Voelt het kind zich veilig, begrepen en gewaardeerd?
  4. Socialisering (zorg voor meedoen buitenshuis)
    -Heeft het kind contacten met leeftijdgenoten?
    -Neemt het deel aan activiteiten buitenshuis (vereniging/sportclub).
    -Is er zicht op de (positieve of negatieve) invloeden op het kind in zijn/haar contacten buitenshuis?
    -Is er zicht op het (positieve of negatieve) gedrag van het kind buitenshuis?
  5. Scholing (zorg voor onderwijs en diploma)
    -Neemt het kind volledig deel aan onderwijs?
    -Gaat het met plezier naar school?
    -Is er geen verzuim, studievertraging, schorsing of (dreigende) drop-out?
    -Zijn er goede mogelijkheden om huiswerk te maken en daarbij te ondersteunen?
    -Is er vanuit de opvoeders betrokkenheid bij de school en bij de vorderingen van het kind?
  6. Opvang (zorg voor opvang buitenshuis)
    -Is er een goede opvang voor het kind op de momenten waarop dit nodig is?
    -Gaat het kind met plezier naar de opvang?

Domeinen van het dagelijks leven van een kind, jongere en volwassene

Er is geen onderscheid in domeinen en vragen voor kinderen, jongeren of volwassenen. De keuze welke domeinen en vragen wel en welke niet besproken worden, wordt tijdens het gesprek gemaakt op basis van relevantie en wat passend is bij de leeftijd en verantwoordelijkheden.

  1. Financiën (geld hebben om van te leven en voor leuke dingen)
    -Heb je voldoende geld voor persoonlijke uitgaven en kosten van levensonderhoud?
    -Zijn beide in balans om altijd te kunnen voorzien in levensonderhoud?
    -Heb je schulden? Zo ja, hoe ga je daarmee om in het oplossen ervan en het voorkomen van nieuwe schulden?
  2. Werk en opleiding (baan hebben of diploma halen)
    -Volg je een opleiding?
    -Ben je tevreden over je opleiding en resultaten?
    -Ga je of wil je (nog) een opleiding volgen?
    -Moet daar iets voor geregeld worden om te kunnen starten?
    -Heb je werk? Vast of tijdelijk?
    -Word je gewaardeerd op je werk?
    -Ben je tevreden over je werk?
  3. Tijdsbesteding (structuur in de dag en een daginvulling hebben)
    -Heb je overzicht over de dag?
    -Kun je de tijd bewaken?
    -Is er een dagstructuur met plezierige en nuttige (vrijetijd-, vaste- en verplichte-) activiteiten?
    -Is er voldoende evenwicht in de verdeling van de activiteiten (bijv. bij intensief gamen)?-
    -Heb je een gezond dag- en nachtritme?
  4. Huisvesting (woonruimte hebben)
    -Ben je tevreden over je woon-/leefruimte?
    -Is de woning blijvend?
    -Woon je in een plezierige en veilige buurt?
  5. Huiselijke relaties (met elkaar samenleven in één huis)
    -Hoe is je relatie met de andere leden van je gezin of met wie je samenwoont?
    -Voel je je gesteund, veilig, begrepen en gewaardeerd?
    -Hebben anderen weleens problemen met jouw gedrag en/of jij met het gedrag van anderen?
  6. Geestelijke gezondheid (geestelijke veerkracht)
    -Hoe is de balans tussen positieve en negatieve gedachten en emoties?
    -Heb je psychische problemen, zoals je somber of eenzaam voelen?
    -Zijn er problemen in je omgeving (thuis, werk, school, familie, vrienden) die je bezighouden?
    -Heb je het gevoel dat de dingen die je wilt, niet lukken?
    -Hoe gelukkig voel je je op een schaal van 1 tot 10?
  7. Lichamelijke gezondheid (lichamelijke veerkracht)
    -Heb je lichamelijke problemen waarover je je zorgen maakt en/of die je beperken in je dagelijks leven?
    -Wat voor cijfer geef je je lichamelijke gezondheid op een schaal van 1 tot 10?
  8. Middelengebruik (omgaan met verslavingsrisico/-problematiek)
    -Gebruik je drugs of alcohol?
    -Heb je hierdoor problemen thuis, met familie, vrienden, school of werk?
    -Veroorzaakt het middelengebruik lichamelijke of geestelijke klachten?
  9. Basale Activiteiten van het Dagelijks Leven (ADL) (zelfverzorging)
    -Ben je in staat om voor een goede persoonlijke hygiëne te zorgen?
    -Juiste kleding te dragen, passend bij wat je doet en het weer?
    -Te zorgen voor (kennis van) gezonde voeding
  10. Instrumentele Activiteiten van het Dagelijks Leven (ADL) (alledaagse praktische zaken regelen)
    -Hoe is voor jou of door jou (afhankelijk van je leeftijd en situatie) het alledaagse leven geregeld in de zorg voor koken, reizen (vervoer), inkopen doen, huishoudelijk werk, administratie, contacten met instanties, gebruik van medicijnen, gebruik van apparaten en producten?
    -Wil je de activiteiten en zelfredzaamheid hierin verder vergroten?
  11. Sociaal netwerk (contacten buitenshuis hebben)
    -Hoe is je relatie met vrienden, familie, buurtbewoners, collega’s en/of klasgenoten?
    -Maak je gebruik van sociale media?
    -Heb je positieve en leuke of zijn er ook negatieve en minder leuke contacten?
    -Heb je belangrijke steunfiguren?
    -Heb je behoefte aan meer contacten of steun?
  12. Maatschappelijke participatie (meedoen in de samenleving)
    -Neem je deel aan activiteiten buitenshuis bijv. met de buurt(-vereniging), sportclub, (school-) comité, religieuze organisaties, vrijwilligerswerk.
    -Wil je hierin iets veranderen?
    -Zijn er weleens conflicten met anderen tijdens de activiteiten die je buitenshuis doet?
  13. Justitie (overtredingen, strafbaar gedrag gepleegd)
    -Ben je in aanraking geweest met politie?
    -Zo ja, was dat kort of lang geleden?
    -Zijn er lopende zaken bij justitie (bijv. in afwachting van behandeling of een voorwaardelijke straf)?
    -Heb je een strafblad?
    -Zo ja, geeft dit problemen voor je bestaande of toekomstige baan?